Van de hoofdtrainer – wel of geen tabel

Met duikcomputers wordt duiken steeds meer een variant van de populaire seizoenshow Te Land, Ter Zee en in de Lucht. “Spring er maar in” met Jack van Gelder voor commentaar en Andre van Duin (“Me (zee) gras!!) als sidekick.

Je computer vertelt je alles: hoe ver je nog van je nultijd af bent, hoe lang je onder bent geweest en zelfs, bij een luchtgeïntegreerde computer, hoe veel minuten lucht je nog heb voor een bepaalde diepte. Waar heb je nou toch nog een tabel voor nodig? En zowaar, na de laatste (en enige) nachtvorst kwam ik er achter dat de tabel beter werkt als ijskrabber dan een brevetkaartje.

polscomputer

Langer en dieper

Maar een snelle blik over de rest van het artikel leert dat het verhaal hier niet ophoudt. Een tabel is zo gek nog niet en eigenlijk, of misschien wel juist, door de duikcomputer essentiëler geworden dan ooit. Door de duikcomputer zijn we allemaal veel dichter tegen onze nultijden aan gaan duiken. We blijven langer dieper en schromen zelfs niet een extra pasje te halen om nog langer en dieper te mogen. Dat is allemaal prima, maar de totale hoeveelheid lucht die je mee kan nemen is niet veel veranderd. De tien en twaalf liters zijn nog oververtegenwoordigd aan de dijk.

Ketel

Daar waar je met een tabel je strikt moest houden aan je plan (inclusief een gasplan) wordt er met een computer helemaal niets meer gepland. Ook geen gasplan. Dit in combinatie met langer en dieper duiken, is geen goede combinatie. De bond heeft ondertussen de ketel op het hoofd gekregen en is van mening dat de tabel uit de opleidingen moet worden geschrapt (no comment).

Noodplan

De planning is dus essentiëler geworden door de computer. Hoe lang mag ik hoe diep heeft veel minder met de werkelijke nultijd te maken als wel met gasverbruik, rest gas en dus veiligheid. Elke duik tegen de nultijd kent een noodplan met decostops. Hier moet je wel lucht voor hebben (voor jou en je buddy) en je moet er op voorbereid zijn. Als het fout gaat mag je niet tegen verrassingen aanlopen.

App of gevoel

Alleen met een tabel leer je plannen. Natuurlijk zijn er apps en computerprogramma’s die het voor je doen. Maar die werken met dezelfde tabel. Als je weet hoe die werkt, weet je hoe je computer werk. En als je het ouderwetse handwerk voldoende hebt gedaan, kan je indien nodig het ook onderwater. Je moet gevoel bij je planning krijgen. Dat je weet en voelt hoe nultijd zich verhoudt met luchtverbruik. Dan kan je daarna altijd nog een app gebruiken.

Moment van bezinning

Natuurlijk duik je gewoon op je duikcomputer (voor de nultijd) maar je hebt wel vooraf een berekening gemaakt en kent (op basis van lucht) je keerpunt en start van de opstijging. Je weet wat je moet doen als je plots in deco komt en het belangrijkste, je hebt een plan gemaakt. Geen salto mortale meer maar even een moment van bezinning met de tabel in de hand. Wat ga ik doen, hoe diep ga ik , hoe lang ga ik, heb ik er voldoende lucht voor, wat zijn mijn keerpunten (minuten en druk), wat zijn mijn alternatieven.

Jack van Gelder

Zo kom je altijd samen veilig boven en moet Jack van Gelder een ander programma gaan zoeken. “Stort ‘m erop” lijkt me een aardige nu er weer een natuurgebied wordt versterkt met staalslakken. Waarom asfalteren we de Veluwe er niet mee? Hebben we gelijk minder heidebrandjes. Lijkt me prima met een hete zomer in aantocht en een reëlere natuurramp dan een “Perfect storm” lokaal in de Oosterschelde.

door Olivier van der Post