Poliep of kwal? De gedaantewisseling van een roofdier.

klepelklokje hydromeduse

Rob Leewis is behalve voorzitter van Calypso ook bioloog en auteur/ redacteur van biologische publicaties. Hij deelt zijn kennis graag en vertelt je in dit artikel meer over een fenomeen dat elke duiker die regelmatig in Zeeland komt weleens moet hebben gezien. Maar misschien niet bewust. Wist jij dit?

Wat hebben deze twee foto’s met elkaar gemeen?

klepelklokje poliepenkolonie

klepelklokje hydromeduse

Nou… bijna alles. Op beide foto’s zie je namelijk hetzelfde Klepelklokje, ofwel ‘Sarsia tubulosa’, maar dan in een ander stadium. Als duiker kun je beide tegenkomen zonder in de gaten te hebben dat het om dezelfde soort gaat. Na het lezen van dit artikel is dat natuurlijk anders

Netelig

Hoe zit het nu? Het Klepelklokje is een hydroidpoliep, een soort neteldier. We kennen de term neteldieren onder meer in verband met ‘echte’ kwallen of medusen, zoals bijvoorbeeld de kompaskwal. Een netelig beestje: wie herinnert zich niet de akelige confrontatie uit zijn kindertijd, als je met je blote voeten in de op het strand aangespoelde glibberdingen was gaan staan? Maar goed, om niet teveel af te dwalen: een belangrijk kenmerk van hydroidpoliepen is de fasewisseling. En dat is wat je hier ziet: de poliepenfase die vastzit op de bodem, en de kwal- of medusenfase die in het water zweeft. Het Klepelklokje heeft zijn Nederlandse naam gekregen op basis van zijn medusenfase. Die is ongeveer 1 cm groot, en heel wat gemakkelijker te vinden dan de poliep, waarvan de hele kolonie meestal niet groter wordt dan 1-3 cm. – vandaar. De medusenfase wordt, om onderscheid te maken met de gewone kwallen, “hydromeduse” genoemd.

Overigens kennen ook de ’echte’ kwallen fasewisseling. Maar daar is de kwal-fase het meest prominent aanwezig. Het bodemstadium van de meeste schijfkwallen krijgen maar weinig mensen te zien, met uitzondering van het bodemstadium van de oorkwal: dat zullen veel duikers wel eens gezien hebben (en hopelijk ook herkend, anders moet je er maar eens naar op zoek gaan). Aan de andere kant is er ook een flink aantal hydroidpoliepen die maar één van de beide fasen laten zien omdat de andere fase sterk of helemaal onderdrukt is. Kortom, alles kan.

Let’s talk about sex, baby

De levenscyclus
De levenscyclus

Zullen we een avondje overslaan, schat? De hydroidpoliep heeft niet zoveel te kiezen. Eigenlijk is hij of zij vooral afhankelijk van de fase waarin hij zit. Zolang hij poliep is, plant hij zich voort zonder sex, maar gaat hij gewoon lekker knoppen (of uitlopers) maken. Van die knoppen komen hydromedusen. Maar die hydromedusen maken er dan wel weer iets gezelligs van. Hoewel, gezellig… ze lozen hun geslachtscellen vrij in het water. En daar vindt de bevruchting plaats. De bevruchte eicel ontwikkelt zich verder tot een met trilharen bezette larve, de planula. Die zet zich dan weer vast en wordt poliep, en vervolgens een hele kolonie vol poliepen. Daarna begint de hele cyclus weer opnieuw. Dat is bij een volledige fasewisseling, schematisch weergegeven in het plaatje met een voorbeeld uit het geslacht Obelia.

Bouw van een kolonie

Het ontstaan van de kolonies in de poliepenfase is ook weer een interessant verhaal op zich. Soms blijft zo’n poliep in zijn eentje, maar vaak vormt hij dus die uitlopers en/of knoppen en ontstaan er een hoop met elkaar verbonden individuen. De poliep heeft zich dan zogezegd ongeslachtelijk voortgeplant. Zulke kolonies kunnen er heel verschillend uitzien: ze kunnen een korstvormige bekleding vormen van een harde ondergrond (zoals de Zeerasp Hydractinia echinata, die op de schelp van heremietkreeften een witrozig vachtje maakt), of een zelfstandige, rechtopstaande kolonie, die dan vaak op kleine struikjes lijken. Dit zie je veel in de begroeiing van de bodem in onze wateren.

Eerst is er een stelsel van draden op de bodem, stolonen. Daaruit ontstaan een soort kleine boompjes met een stam en zijtakken. De poliepen staan op de vertakkingen van de stam en zijtakken, of ze ontspringen rechtstreeks uit de stolonen. Ze hebben bijna altijd een steeltje. Het lichaam van de poliepen is min of meer bekervormig, met een mondopening omgeven door tentakels aan het einde.

Roofdieren

Je zou het zo niet zeggen, maar het zijn een soort roofdieren, die hydroidpoliepen. Ze hebben een mond en een maag, en tentakels die prooien vangen. Het is maar goed dat wij duikers een tikkie te groot voor ze zijn. De tentakels, met hun netelkapsels, vangen en verlammen de prooi en brengen die naar de mondopening. De prooi verdwijnt vervolgens in zijn geheel in de maagholte.

Heel handig: de maagholtes van de verschillende poliepen van één kolonie staan met elkaar in verbinding door allerlei buisjes. Zo kunnen ook de poliepen die zich vooral met de voortplanting moeten bezig houden (ieder zijn taak) van voedingsstoffen voorzien worden. Dat is nog eens een mooie samenwerking.

De Nederlandse hydroidpoliepen

De twee grootste groepen die in Nederland gevonden worden, zijn de Anthoathecatae en de Leptothecatae. Er zijn een paar belangrijke verschillen tussen deze twee, maar het duidelijkst is misschien wel het verschil in bedekking van de poliep door een stevige “huid”: bij de Anthoathecatae ontbreekt die over het algemeen, terwijl bij de Leptothecatae de poliepen wel altijd zijn omhuld door een “huisje” of theca. Een tweede kenmerk dat meestal niet zo moeilijk te zien is – als je tenminste een sterke loep of een microscoop bij de hand hebt – betreft de tentakels: de Anthoathecatae hebben één of meer kransen tentakels, en er komen twee typen voor: draadvormige en knopvormige. De Leptothecatae hebben maar één krans, en alleen draadvormige tentakels.

Tekening Leptothecate hydroidpoliep
Leptothecate hydroidpoliep
anthoathecate hydroidpoliep
Anthoathecate hydroidpoliep

 

Nu je dit allemaal weet, zal je duik nooit meer hetzelfde zijn. En het mooie is: er is nog veel meer te vertellen.

In een volgend artikel zal ik een aantal soorten bespreken die we in Nederlandse wateren kunnen tegenkomen. Maak je borst maar vast nat.

Tekst: Rob Leewis, m.m.v. Jesca

Wil je nu al meer weten en voel je je senang bij wat vaktermen uit de biologie? Google dan eens op ‘Leptolida’.