Duikerswoordenboek (deel 2)

Duikers hanteren een bijzonder jargon. Voor beginnend duikers is dat niet altijd even goed te volgen, laat staan voor omstanders. In deel 1 van het duikerswoordenboek zijn al de nodige termen verklaard, hier volgt deel 2. Overtijen en winterkrimp, lees je slimmer…

Jetser

Grote Noordzeekreeft.

Jostibond

Niet bij name genoemde bond van duikverenigingen waar vooral oude en afgekeurde duikers de mogelijkheid krijgen om zich weer belangrijk te voelen.

Kantduiker

Op leeftijd, meestal een oud-instructeur of heel-veel-ster duiker, weet alles beter, heeft overal een mening en een oordeel over, heeft minimaal één functie bekleed bij de NOB en duikt zelf al jaren niet meer.

Kentering

Moment van ongeveer een uur in de overgang van hoog naar laag of laag naar hoog water. Stroomrichting draait 180 graden. Het ideale moment om te duiken omdat de stroming dan het minst is. Behalve bij de Zeelandbrug. Hier is op de kentering de stroming duikers te hoog om de dijk op te komen of je auto dicht bij de trap te parkeren.

Kilo / Koraal

NOB’s pre-dive check acroniem

NEN250

Norm vanaf 2001 tot 2014 voor ademapparatuur. Voldoet niet meer voor octopus configuratie.

NEN250A

ook wel CE 250:2014 genoemd. Nieuwe norm waar alle in Europa verkochte ademapparatuur aan moet voldoen. Alleen ademapparatuur voorzien van deze norm kan volgens de leverancier gebruikt worden in octopus configuratie

Neopreen polychloropreen

elastomeer of synthetisch rubber, dat verkregen wordt door de polymerisatie van chloropreen. Het monomeer chloropreen is een dieen, dat wil zeggen het heeft twee dubbele koolstof-koolstof-bindingen. Basismateriaal voor het wetsuit en sommige drysuits. Comprimeert op diepte waardoor de thermische bescherming en het drijfvermogen afneemt. Krimpt in de wintermaanden (zie winterkrimp).

Neppus Vulgaris (Staalboorworm)

Nieuw soort hydroidpoliep die inmiddels op steeds meer plaatsen voorkomt. Is alleen actief in het voorjaar (begin april). Het diertje scheidt in een omgeving met roest een zuur af, waardoor de roest (Fe2O3) zijn zuurstof aan het beestje afstaat en langzaam een gat ontstaat. Erodeert duikflessen waardoor deze gaan lekken.  Behandelen door geroest staal ruim in te smeren met een vettige substantie met tanninezuur er in. Dit kan het beste bruine of zwarte schoensmeer zijn (andere kleuren zijn minder effectief i.v.m. lager tanninegehalte).

Nitrox

Nitrogen – Oxygen (stikstof  zuurstof mengsel)

Octopus

“Over rechts” gedragen alternatieve luchtvoorziening. Geel van kleur. Kan zowel gebruikt worden door de duiker als de buddy.

OCTOPUS

“Over links” gedragen alternatieve luchtvoorziening. NOB configuratie. Door de NOB gepropageerde (maar levensgevaarlijke) configuratie waarbij de octopus slang over links loopt en de droogpakslang over rechts.

Overtijen

duiksmijterTijd tussen twee kenteringen. Genoeg tijd voor een decodutje of een duiksmijter.

Pluisje

Moet nog watje worden. Zie ook Bikkel, Watje. Watje met een elektrische verwarming in zijn droogpak.

Recursief Lunchen

Voor de tweede keer van de lunch genieten als je je Aardappel vergeten bent.

Reel

Spoel met draad om boeitjes op te laten of om een pad uit te zetten over/in een wrak of in een grot. De kleinse variant is de vingerreel.

Slabbertje

Voorloper van het trimvest (door de NOB aglisistisch “stabjack” genoemd). Het slabbertje was een stevig reddingsvest zoals je onder de stoel van de persoon voor je vindt in een vliegtuig. In het begin moest je het nog met de mond opblazen, daarna met een CO2 capsule en later met een inflator verbonden speciaal flesje of aan je fles.

Snorkel

Vreemd soort sifon waaruit kan worden geademd aan de oppervlakte. Maakt het mogelijk om een huurzeilboot met dronken badgasten volstrekt over het hoofd te zien. Overbodig vanaf 10 cm onder de oppervlakte. Goed voor het snel verwijderen van maskers bij het oplaten van een boei. Wordt door beginnende duikers tijdens buitenwateroefening verward met de ademapparatuur. Voor NOB instructeurs een verplicht uitrustingsstuk.

Speedo

Speedo zwembroekSoortnaam voor een strakke zwembroek voor mannen. Wordt gepast met de buik in. Kan om allerlei redenen beter niet gedragen worden door duikinstructeurs boven de dertig.

Stab-jack

Onbegrijpelijk anglicisme geïntroduceerd door de NOB voor de benaming van een trimvest.

Theezakje (1)

Duiker die alleen in warm water duikt

Theezakje (2)

Duiker die zichzelf vasthoudt aan de daallijn tijdens de decostop als er golfslag is.   

Tek (tec)

Verzamelnaam voor duikers die zichzelf interessant vinden met een dubbelset en die niet-Tek duikers met nek aankijken en door niet-Tek duikers met de nek worden aangekeken.  Hierdoor weten ze nauwelijks van elkaars bestaan. 

Trimix

Gasmengsel van stikstof, zuurstof en helium. Waarbij een mengsel met meer dan 18% zuurstof normoxic trimix wordt genoemd, en een dieptegrens van 60 meter kent en een mengsel met minder dan 18%  hypoxic trimix wordt genoemd, geen dieptegens kent maar niet aan de oppervlakte kan worden gebruikt. 

Trekstang

Voor de toevoeging van de manometer aan de uitrusting, werd gedoken met een ” trekstang” om de luchthoeveelheid in een fles aan te geven. Bij 50 bar sloeg de kraan.  dicht om de duiker te laten merken dat de fles nog 50 bar had. Deze kon weer worden geopend door te trekken aan de trekstang. Feilbaar systeem. 

Vingerreel/vingerspoeltje

Klein spoeltje met tot 50 meter draad. Wordt gebruikt om een boeitje meer op te laten. Bijna onmogelijk om het spoeltje tijdens het afrollen bij het oplaten van de boei vast te houden.

Volloper

Van toepassing als het camerahuis (onderwaterhuis) van je camera volloopt en de camera volledig ruïneert. 

Watje

Droogpakduiker die het natpak te koud vindt. Zie ook: Pluisje, Bikkel.

Winterkrimp

Neopreen krimpt na een tijd niet gedragen te zijn. Omdat neopreen in de winter in de kast ligt, wordt dit fenomeen Winterkrimp genoemd. Heeft absoluut geen andere oorzaak dan de inherente thermo auto reduceratie van het materiaal.

Spitssnuit koraalklimmer

Geen Common Red Sea Fish, Onderwaterfotografenmagneet.

Witte haai (Weneedabiggerboot fish)

Grote vis. Ook geen common red sea fish. Initieert in nabijheid een bijzondere instinctieve reactie bij duikers bestaande uit: uitspugen van de ademautomaat, krachtig uitblazen en daarbij zoveel mogelijk geluid maken waarna, met de ogen rollen, onafhankelijk van diepte of deco, het vest vol blazen en met de grootst mogelijke snelheid opstijgen, masker afwerpen, tot aan de enkels uit het water komen en met vinnen als een Jezus Christushagedis over het water terugflipfloppen naar boot.