De Portugese Berlenga eilanden
Afgelopen september (2005) waren Jolanda en ik in Portugal. We verbleven daar enkele dagen in de havenplaats Peniche, zo'n 80 km ten noorden van Lissabon. Peniche ligt aan de westelijke Atlantische kust en is de meest westelijke stad van Europa. Het is een flinke vissersplaats met een visconservenindustrie op zijn retour en een opkomend toerisme. Excellent vis eten aan de haven dus voor een prikkie.
Onder in het hotel waar we
verbleven bleek een duikschool te zitten. Die duikschool zat daar niet voor
niets: op 10 km
uit de kust liggen daar de Berlenga eilanden. Een natuurreservaat zowel onder
als boven water. Ze bestaan uit een hoofdeiland met daaromheen een zeer groot
aantal puntige rotsen die net boven water maar ook net onderwater zitten. Het
hoofdeiland is enigszins begroeid met gras, heeft een twintigtal huisjes voor
de lokale schaapherders en vissers, een kerkje natuurlijk en een vuurtoren.
Zo'n vuurtoren is geen luxe daar er in de loop de tijd veel schepen al op de
rotsen zijn gelopen en zijn gezonken. En dat is weer prima voor het
onderwaterleven en het duikplezier.
Een goede gelegenheid dus om een
dagje te gaan duiken. Hoe vaak wordt je tenslotte plezierig verrast met een
duikschool in de kelder van je hotel en een natuurreservaat voor de deur. Het
toeristenseizoen was al afgelopen en ik had het geluk daar op zaterdag te zijn
want vele Portugezen uit het naburige achterland maken dan in het weekeinde hun
duiken. Vreemd om te denken dat deze locatie voor locale Portugezen hetzelfde
is als Zeeland voor ons. Er waren genoeg duikers om te vertrekken.
Bij deze duikschool ging een
en ander net iets anders dan ik gewend ben. Op de duikschool trek je je 2x7mm
natpak aan (het water is tenslotte maar 17 graden). Dan in zwart rubber gekleed
wacht je nog “even” in de zon totdat de aanhanger van het busje is gevuld met
flessen en ander spul. Dan met de bus naar de haven, 2 keer rijden want de
groep is groot, de boel van bus overladen op de lange open rubber speedboot met
2x200pk erachter. O ja, de zon schijnt nog steeds. Dan eindelijk aan boord en gas!
Het verkoelende opspattende water in de open boot is dan erg welkom kan ik
zeggen.
Met hoge snelheid stuiteren
we richting de Berlenga Eilanden als we halverwege een flinke school tuimelaars
tegenkomen. Het begint al goed! Jammer van het stuiteren want foto's maken is
daarmee praktisch onmogelijk.
Voor de eerste duik zijn we
op zoek naar een plek zonder stroming. Dat blijkt best lastig rond een eiland dat
door niets wordt beschermd tegen de Atlantische wind, golven en stroming. Na wat
rondvaren langs verschillende plekken gooien we het anker uit in de beschutting
van het hoofdeiland. Langs de lijn afdalend zie ik al snel de contouren van de
resten van een houten wrak. Het water is net zo fris als in Zeeland, een
miezerige 17 graden. Het zicht is wel een stuk beter dan Zeeland. Ik duik samen
met een van de twee instructeurs dus ik laat me vrolijk rondleiden over het
wrak. Onderweg komen we ondermeer een octopus tegen die twee van zijn acht poten
is kwijtgeraakt, een sepia die me denkt te kunnen bedreigen en mijn eerste
zonnevis (Zeus faber). Zal je net
zien dat als je je eerste zonnevis wil fotograferen hij precies ver genoeg bij
je wegblijft dat je alleen zijn achterkant op de foto kan krijgen. De drie
kwartier zijn zo voorbij. Bovengekomen nog even op aanraden van mijn buddy de
andere instructeur, die boven water is gebleven, gepest met de zonnevis, die
had hij daar nog niet gezien.
Dan volgt een aparte
ervaring: de lunch met je natte natpak aan. Alle duikers houden vrolijk hun pak
aan terwijl ze hun broodjes en appels eten. Dit blijkt ook echt een Portugese
lunch te worden: er wordt echt de tijd voor genomen. Met het pak rond de middel
afgestroopt doe ik nog lekker een tukje op de warme zwarte rubber rand van de
boot.
Tijdens het eten worden we
verrast door opspringende zilveren vissen. Jonge maanvis (Mola mola) blijkt, deze worden hier vaker gezien. Ze zijn een stuk
actiever en letterlijk opvliegender dan de volwassen soortgenoten.
Na de “Portugese siësta op
zee” gaan we voor de tweede duik op de volgende stek. Dit maal duik ik met de
andere instructeur. We zwemmen langs een begroeide rotswand die verrassend
genoeg leidt tot een ingang van een grot. Stuk voor stuk zwemt de groep de grot
in. (Dit had ik uit de Portugese briefing niet begrepen, ik vraag me af wie van
de groep een grot specialty heeft.) Eenmaal binnen rustig op de knieën op het
zand zittend gaan de lichten aan: hoog boven onze hoofden zwemt een school blauwzilveren
trekkervissen rustig hun rondjes. Fantastisch. De rest van de duik is redelijk onstuimig:
de stroming is echt flink en tijdens de safety stop op 5 meter diep wordt ik toch aardig
heen en weer geschud. Het blijft tenslotte de open Atlantische oceaan.
Op de weg terug komen we een
tweede school tuimelaars tegen. Nu heeft de schipper de school ook gezien en vaart
rustig op de prachtdieren af. De kleine dolfijnen zijn goed te zien als ze boven
komen tussen de golven.
Eenmaal aan de kant gekomen,
begint de grote uittocht richting hotel. Na een dag lopen, duiken, rusten en
zweten in een natpak, ben je echt toe aan een verfrissende douche. Voordeel van
een duikschool in de kelder van je hotel is dat je even naar je kamer kan lopen
naar je privé douche. Hoef je je natte spullen niet meer naar je badkuip te
sjouwen voor het spoelen. In de spiegel zie ik dat ik flink moe ben en mijn
gezicht is goed rood verbrand.
Het was een prachtdag. Al met
al ben ik een mooie duikervaring rijker.
Informatie over de duikschool kan je vinden op www.haliotis.pt